Kinderen een leven bieden

Dat ze verdienen

Toos heeft in haar jonge jaren veel te maken met jeugdzorg. Ze wordt in een internaat geplaatst en verblijft bij diverse pleeggezinnen. Toch voelde ze zich er nooit helemaal welkom. Dat kan en moet beter volgens haar en ze besluit zelf pleegouder te worden. Op haar 21e neemt ze het besluit en start ze met pleegzorg.

Ze start met crisispleegzorg en biedt kortdurend een plek aan meerdere kinderen. Inmiddels is Toos getrouwd en krijgt zelf twee zonen. Helaas slaat het noodlot toe en sterft haar man. Dit doet Toos ertoe besluiten om even te stoppen met pleegzorg. Na enkele jaren krijgt Toos een nieuwe relatie:

‘Toen ik merkte dat het serieus werd heb ik Henk verteld dat ik in het verleden pleegzorg heb geboden aan kinderen en dat ik dat in de toekomst weer wilde doen. Als hij dat niet zou willen zou het niet werken tussen ons. Gelukkig dachten we er hetzelfde over en inmiddels zijn we samen meer dan 30 jaar verder!’

Toos en Henk blijven crisispleegzorg bieden. Enkele plaatsingen gaan over in langdurige plaatsingen. Toch blijft er iets kriebelen bij Toos, ze wil graag meer doen. Dan hoort Toos over huizen op een locatie van een bepaalde jeugdzorgorganisatie, gezinshuizen:

‘Ik zei meteen: Henk, dat moeten we doen! Toch was de stap om echt te verhuizen naar een dergelijk huis niet te combineren met het werk van Henk. Ik vond het jammer, maar vond pleegzorg ook nog steeds heel erg mooi om te kunnen bieden.’

Enkele jaren later gaat Henk met pensioen. Hij is daardoor veel meer bij de (pleeg)kinderen en Toos wil dat ook. Ze vindt haar werk als verzorgende in de wijk prachtig, maar het veel bij de kinderen zijn en hen de hulp bieden die ze nodig hebben…dat is wat ze wil.

Toen kwam de mogelijkheid van een gezinshuis in hun eigen huis op hun pad. Voor de screening en het assessment vanuit XONAR slagen ze met vlag en wimpel. Het is daarnaast echter een vereiste voor een gezinshuis dat een van de twee gezinshuisouders een pedagogische opleiding heeft gevolgd. Toos ziet hier een beetje tegenop:

‘Ik dacht dat gaat me niet lukken, ik ben nooit echt een studiebol geweest. Gelukkig kwam ik in gesprek met Inge (begeleider XONAR) en samen vonden we een passende, meer praktische opleiding. Ik bouwde een mooi portfolio op en ben geslaagd!’

Gezinshuis ‘Casa di Famiglia’ werd in het najaar van 2021 gestart. Toos en Henk zijn nog echt aan het wennen aan alles wat er komt kijken bij een dergelijk gezinshuis. Het is volgens Toos toch echt wel anders dan het bieden van pleegzorg:

‘Je hebt meer verantwoordelijkheden. Je bent zelf verantwoordelijk voor verslaglegging en het bepalen van en werken aan doelen van de kinderen. Bij pleegzorg deden we dat ook, maar nu hoort het er voor de volle 100% bij. Ook is het echt een onderneming, denk aan gesprekken met de accountant, belastingaangiftes, gemeentes. En daarnaast ben je er natuurlijk gewoon altijd voor de kinderen. Daar hoort ook contact met ouders bij. Het is dus een heleboel, maar we staan nog steeds 200% achter deze keuze.’

Toos en Henk vinden het vooral belangrijk dat de kinderen bij het gezin horen. Dat is ook meteen te zien bij binnenkomst in hun huis. Van ieder kind, of het nu een pleegkind, gezinshuiskind of eigen kind is, staan er foto’s in de woonkamer.

‘Wij zijn geen verblijfsgroep, wij zijn een gezin. Daar hoor jij bij, met al je nukken en makken, met al je kunnen en niet kunnen. Je gaat gewoon met ons mee op vakantie en bent er, als je dat wil, ook in het weekend. Eenmaal hier in huis, hoor je er simpelweg bij. We proberen nooit de rol van de ouders over te nemen, maar zijn juist aanvullend. We zeggen altijd, jij hebt naast je papa en mama ook een Toos en een Henk,’ vertelt Toos.

Het is niet altijd makkelijk. Kinderen binnen die in een gezinshuis worden geplaatst hebben namelijk toch dikwijls flinke problematieken. Toos geeft aan dat dat ook een wezenlijk verschil is met pleegzorg. Waar pleegkinderen vaak sociaal-emotioneel nog goed in hun vel zitten, is dat bij gezinshuiskinderen heel vaak niet het geval. Daarom is het belangrijk er volledig voor te gaan:

‘Het is een manier van leven. Je moet het niet als werk zien, want dan heb je nooit vrij. Wij willen een stabiele plek bieden voor de kinderen waar ze fijn kunnen opgroeien. We willen ze een leven bieden dat ze verdienen. Ze mogen zo lang blijven als ze dat zelf willen. Het moet daarom echt passen in je leven. Twijfel je of het iets voor je is? Begin dan klein, start eens met pleegzorg. Wie weet heb jij er net zo’n grote passie voor als wij!’

Meer informatie over gezinshuizen? Kijk hier >