
Ik zit aan de keukentafel en staar naar buiten. Wachtend op de auto die elk moment kan komen voorrijden. Op tafel liggen Hot Wheels en tractors, zorgvuldig klaargelegd op advies van vriendinnen met zonen van acht jaar. Mijn hart slaat een slag over wanneer er 2 auto’s voor de deur parkeren.
Zouden ze dat zijn?
Ik zie mijn pleegzorgwerker uitstappen. Uit de andere auto stapt een man, met naast zich een jongen. Goh, wat is hij lang, denk ik. Of is Nina, onze andere pleegdochter, gewoon klein voor haar leeftijd?
Mijn blik glijdt naar de achterbak. Tassen. Gelukkig, denk ik opgelucht. Deze jongen heeft in ieder geval de kans gehad om wat van zijn eigen spullen mee te nemen.
De moeilijkste momenten zijn wanneer kinderen hier binnenkomen zonder iets.
Ik herinner me nog een meisje van zes jaar. Midden in de winter stond de gezinsvoogd hier aan de deur, met haar op de arm. Ze droeg alleen een pyjama. Geen jas. Geen schoenen. Niets.
Gelukkig zijn er depots waar je snel spullen kunt regelen. En wij… wij hebben ons daar altijd op voorbereid. Voor elke leeftijd ligt er hier wel iets klaar.
Onze zolder is inmiddels veranderd in een soort opslag: schoenen, kleding, speelgoed. Voor het geval dat.
Ik zie ze naar de voordeur lopen. De adrenaline suist door mijn lijf wanneer de bel gaat.
“Hallo, ik ben Lonneke,” zeg ik, zo rustig en vriendelijk mogelijk terwijl ik de deur open. Een lange jongen met een grote glimlach kijkt me aan. “Hallo, ik ben Joep.”
Samen lopen we naar binnen. Maar in mijn hoofd begint het alweer.
Waarom lacht hij zo?
Is hij niet verdrietig?
Of is dit een masker?
Of… heeft hij al zoveel meegemaakt dat het hem niets meer doet om naar vreemden te gaan?
We gaan aan de keukentafel zitten. Iets te drinken voor iedereen. Tijd voor de overdracht.
Joep schuift ook aan, maar al snel zie ik hem wiebelen op zijn stoel. Zijn blik dwaalt steeds af naar de tuin.
“Je mag wel even gaan rondkijken als je wilt,” hoor ik mezelf zeggen. Hij springt meteen op. “Is dat een trampoline? Mag ik daarop?”
“Als je dat graag wilt, natuurlijk.”
Terwijl Joep buiten speelt, komt de informatie langzaam op tafel. De thuissituatie. School. Familie. En uiteindelijk: de uithuisplaatsing.
Vrijwillig!
Op papier klinkt dat fijn. Voor ouders en kind. Maar in de praktijk… is het vaak ingewikkelder.
Vrijwillige plaatsingen vallen onder de gemeente. En wat wij inmiddels hebben geleerd, is dat er dan niet altijd snel wordt doorgepakt. Beslissingen duren langer. Ondertussen gaat het leven hier gewoon door. Want wij zijn niet alleen pleeggezin — we zijn ook nog gewoon een gezin, met ons eigen ritme, onze eigen afspraken.
De overdracht loopt tegen het einde wanneer Joep weer binnenkomt. Hij loopt langzaam door de woonkamer, neemt alles aandachtig in zich op.
“Joep, als je iets wilt doen: ik heb daar Hot Wheels en tractors voor je neergelegd,” zeg ik.
Hij kijkt me aan. Een blik die me direct corrigeert. “Uh… dat vind ik niet zo leuk,” zegt hij. “Ik bouw liever Lego Technic of speel kaartspellen en ik speel graag op de Nintendo Switch.”
Er valt een korte stilte.
“O ja,” zegt de consulent luchtig. “Vergeten te zeggen… Joep functioneert op het niveau van een achttienjarige.”
Ik voel hoe alles even stilvalt in mijn hoofd.
De tractors op tafel.
De Hot Wheels.
En mijn aannames.
Lonneke is crisispleegmoeder.
Crisispleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij een kind met spoed geplaatst moet worden, meestal binnen enkele uren. Het vraagt iets extra’s maar het is ook van onschatbare waarde. U biedt een kind op het meest kwetsbare moment een veilige plek, rust en warmte.
Misschien past crisispleegzorg wel bij u?
Leer meer over crisispleegzorg