
Voor Joep was er eindelijk een plek gevonden waar hij kon blijven zolang dat nodig was. Een plek waar hij tot rust kon komen, terwijl er werd gewerkt aan een oplossing voor de langere termijn. Maar toen zijn ouders hoorden dat er een plek was gevonden, wilden ze dat hij weer naar huis kwam. Uiteindelijk werd besloten dat hij terug mocht.
Toch hadden wij er geen goed gevoel bij. Ons onderbuikgevoel zei dat de situatie thuis nog niet stabiel genoeg was.
Ook Joep had zijn twijfels uitgesproken. Niet omdat hij niet naar huis wilde. Hij wilde niets liever dan bij zijn ouders zijn. Maar hij wilde pas terug als hij zeker wist dat het goed ging. Hij wilde weten dat hij thuis terechtkon en daar ook kon blijven. Dat hij niet opnieuw zijn spullen moest pakken om ergens anders te gaan wonen.
Een kind dat zich op die leeftijd al zulke zorgen maakt.
Ik vroeg me af hoeveel gewicht je op de schouders van een kind kunt leggen. Hoe moeilijk moet het zijn om naar huis te willen, maar tegelijkertijd bang te zijn voor wat je daar aantreft?
Toch ging Joep terug.
Ik hoopte dat we het bij het verkeerde eind hadden. Dat de rust zou terugkeren en dat hij thuis weer gewoon kind kon zijn. Maar enige tijd later ging het opnieuw mis.
De situatie werd zo zorgelijk dat er hulp moest worden ingeschakeld. Via de hulpverlening kwam de vraag uiteindelijk weer bij ons terecht: of we opnieuw een crisisplek konden bieden.
Daar zaten we dan. Opnieuw een crisisplaatsing.
Ik moest denken aan wat Joep eerder had gezegd. Dat hij pas naar huis wilde als hij zeker wist dat het goed ging. Dat hij bang was dat hij opnieuw weg zou moeten. En precies datgene waar hij zo bang voor was, was gebeurd.
Wat moet er op zo’n moment door je heen gaan als je nog maar een kind bent? Als je niets liever wilt dan bij je ouders zijn, maar tegelijkertijd voelt dat het misschien nog niet goed gaat? Als je verlangt naar een thuis waar je kunt blijven, zonder steeds opnieuw te hoeven beginnen?
Ik hoop dat Joep weet dat dit niet zijn verantwoordelijkheid is. Dat hij niet degene hoeft te zijn die ervoor zorgt dat alles goed gaat. En dat hij niet hoeft te kiezen tussen zijn liefde voor zijn ouders en zijn eigen behoefte aan veiligheid.
Soms hoop je met heel je hart dat je ongelijk hebt.
Deze keer had ik dat liever gehad.
Lees hier de vorige columns van Lonneke:
3 scholen, 1 rugzak >
Verwachting en werkelijkheid >
Twee tranen, één crisis >
Lonneke is crisispleegmoeder.
Crisispleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij een kind met spoed geplaatst moet worden, meestal binnen enkele uren. Het vraagt iets extra’s maar het is ook van onschatbare waarde. U biedt een kind op het meest kwetsbare moment een veilige plek, rust en warmte.
Misschien past crisispleegzorg wel bij u?
Leer meer over crisispleegzorg